• +5999 788 2020

Borstvergroting: 11 belangrijke vragen

Borstvergroting: 11 belangrijke vragen

Borstvergroting, ook wel mamma-augmentatie genoemd, is een procedure waarbij een prothese gebruikt wordt om de borst te vergroten. Door de verbetering van operatietechnieken en verbetering van de kwaliteit van de protheses is het tegenwoordig een relatief eenvoudige ingreep met en goede resultaten. Wereldwijd worden jaarlijks duizenden borstvergrotingen uitgevoerd door plastisch chirurgen. Het is belangrijk te weten wie in aanmerking komt hiervoor en wat de risico’s en consequenties zijn. De volgende 11 vragen zijn daarbij van belang:

Boek nu

Deze ingreep kan jouw verschijning en zelfbeeld verbeteren maar zal niet noodzakelijkerwijs voldoen aan jouw ideaalbeeld of ervoor zorgen dat andere mensen je anders gaan benaderen. Vooraleer je beslist tot een borst vergrotende ingreep moet je goed nadenken over jouw verwachtingen en deze met je plastisch chirurg te bespreken. De meest geschikte cliënten 

voor een borst vergrotende ingreep zijn vrouwen die een verbetering wensen van hun voorkomen maar geen perfectie nastreven. Perfectie is namelijk een illusie. Indien je in goede gezondheid verkeert en realistische verwachtingen hebt, is deze ingreep geschikt voor jou.

Het te verwachten resultaat is afhankelijk van de oorspronkelijke vorm van de borsten, stand van de borsten en de dikte en de kwaliteit van de huid van de borsten. Iemand met echte hangborsten mag nooit verwachten dat deze zullen kunnen gecorrigeerd worden door ze eenvoudig op te vullen. Een borstlift is dan noodzakelijk met als gevolg littekens op de borst. Borsten met tamelijk naar opzij gerichte tepels kunnen nooit in het midden dicht tegen elkaar staan omdat de prothesen 'centraal' t.o.v. de tepels moeten worden geplaatst. Indien men dit niet zou respecteren, zouden de tepels asymmetrisch staan op de borsten. Dus de afstand tussen de borsten is niet willekeurig te bepalen met borstprothesen, maar afhankelijk van de positie van de tepels.

Een zeldzame recent gemelde complicatie bij borstimplantaten is BIA-ALCL (Breast Implant Associated - Anaplastic Large Cell Lymphoma), ook wel ALCL genoemd. Dit is geen borstkanker, maar een vorm van een Non Hodgkin lymfoom (lymfklierkanker) die kan optreden in het kapsel en vocht rondom het borstimplantaat. Je herkent het aan het relatief snel groter worden van de borst door vochtophoping rond de prothese of het krijgen van een knobbel in het kapsel rond de prothese. ALCL is te goed te genezen wanneer tijdig de juiste diagnose wordt gesteld en behandeld wordt. In een onderzoek uit 2018 werd BIA-ALCL onderzocht voor Nederland. Vrouwen met borstimplantaten hebben een verhoogd risico op ALCL ten opzichte van vrouwen zonder borstimplantaten. Tegen de tijd dat een vrouw met een borstimplantaat 50 jaar is geworden, is de kans dat zij deze ziekte heeft gekregen ongeveer 1 op de 35.000. Dat wordt 1 op 7.000 tegen de tijd dat zij 75 jaar is. Zowel in deze studie, als in andere internationale studies lijkt BIA-ALCL vaker voor te komen bij implantaten met een grove ruwing, zogenaamde macro-getextureerde implantaten. Belangrijk is dat BIA-ALCL bij alle typen implantaten lijkt voor te komen, dus ook bij implantaten met minder ruwe of gladde oppervlaktes en bij polyurethaan-gecoate implantaten. De Inspectie Gezondheidszorg geeft aan dat borstimplantaten voldoen aan de geldende regelgeving en dat borstimplantaten niet preventief verwijderd hoeven te worden. Dit is gebaseerd op informatie die sinds begin 2017 beschikbaar is. Naar aanleiding van bovengenoemde publicatie uit 2018 wordt verwacht dat er vervolgonderzoek op Europees niveau zal worden ingezet om deze huidige adviezen verder te onderbouwen.

Er zijn geen aanwijzingen dat een borstvergroting invloed heeft op het ontstaan van borstkanker. Inmiddels zijn er miljoenen borstvergrotingen uitgevoerd wereldwijd en is nooit een verband vastgesteld tussen borstkanker en implantaten. Auto-immuunziekten ontstaan doordat het immuunsysteem lichaamseigen cellen en stoffen als vreemd aanziet. Het lichaam gaat dan antistoffen tegen de eigen weefsels vormen. In de media wordt nogal eens gesuggereerd dat protheses auto-immuun ziekte veroorzaken of ziekten van het bindweefsel. Er is echter nooit een verband aangetoond en vrouwen met en zonder borstvergroting hebben evenveel last van deze ziekten.

Je moet er rekening mee houden dat de implantaten in de toekomst een of meerdere keren vervangen zullen moeten worden. Dit is uiteraard afhankelijk van de leeftijd waarop de eerste borstvergroting is uitgevoerd. Siliconen en zoutwater gevulde implantaten lekken altijd iets. De nieuwere generatie protheses lekken minder doordat de kwaliteit van het omhulsel verbeterd is. De meeste protheses gaan 10 jaar mee, maar het kan altijd gebeuren dat de protheses eerder verwisseld moeten worden. Er kan dus geen garantie gegeven worden dat het 10 jaar goed zal blijven gaan.

Een borstvergroting is een relatief eenvoudige routine-ingreep, maar zoals bij iedere operatie zijn er specifieke risico's verbonden aan deze ingreep.

a. Infecties
Bij alle operaties kunnen infecties ontstaan, maar komen relatief weinig voor bij borstvergroting. Infecties treden meestal op binnen een tot twee maanden na de operatie. Het geven van antibioticum via een infuus tijdens de operatie kan helpen bij het voorkomen. Belangrijk is met name de chirurgische technieken en vaardigheid van de chirurg. Kenmerken van een infectie zijn het rood en gevoelig worden van een van de borsten. Bij een infectie wordt de prothese meestal tijdelijk verwijderd tot de infectie verdwenen is. Daarna kan een nieuwe prothese weer teruggeplaatst worden.  In sommige gevallen kan een “salvage” gedaan worden door de geïnfecteerde prothese meteen te vervangen onder bescherming van adequate antibiotica. 

b. Bloeding na borstvergroting
Zoals bij iedere heelkundige ingreep kan een nabloeding optreden waardoor een pijnlijke zwelling van de borst optreedt. Het is dan noodzakelijk om het rond de prothese samengevloeide bloed te verwijderen en de bloeding te controleren. Gelukkig komen nabloedingen bij borstvergroting weinig voor, maar als het gebeurt is de kans op overmatige kapselvorming sterk vergroot.

c. Overmatige kapselvorming na borstvergroting
Lichaamsvreemde producten ingebracht in het lichaam zoals een borstimplantaat, worden door het lichaam omsloten met een laagje littekenweefsel: een kapsel. Soms stopt het lichaam niet meer met het aanmaken van dit weefsel en ontstaat een steeds dikkere en hardere laag. In het begin voelt de prothese wat harder aan, dat op zich geen probleem hoeft te zijn. Als het kapsel verder samentrekt zal de vorm van de prothese meer balvormig worden en de borst verandert dan van vorm. We spreken dan van een kapselcontractuur. Uiteindelijk kan dit ook pijn gaan doen als de verharding doorzet. Overmatige kapselvorming vindt meestal plaats binnen 12 weken tot een jaar na de operatie. Een juiste oorzaak van een kapselcontractuur is nog niet met zekerheid gekend, hoewel een nabloeding, een 'low-grade infectie' en het breken van de prothese er wel iets mee te maken kunnen hebben. Zulk een kapselcontractie kan op verschillende manieren worden behandeld: het inkerven van het kapsel, het volledige verwijdering van het kapsel of een nieuwe ruimte creëren boven of onder het kapsel. Protheses met een ruw oppervlak geven een mindere kans op overmatige kapselvorming dan gladde protheses. 

Als de huid dun is kan de prothese beter onder de spier geplaatst worden zodat hij minder zichtbaar is. Onder de spier is de kans op contracturen ook iets verminderd. Boven de spier, dus direct onder de borst, geeft de borst iets meer projectie en een lift. Een prothese kan via de onderkant van de borst, via de rand van de areola, of via de oksel ingebracht worden. De manier van inbrengen en de locatie van de prothese zal besproken worden door de plastisch chirurg. Borstprothesen, onder of boven de borstspier, beïnvloeden de vruchtbaarheid, zwangerschap en de mogelijkheid tot borstvoeding niet.

De laatste jaren worden borsten ook vergroot met behulp van je eigen vet dat in de borst gespoten wordt. Mogelijk dat de procedure een aantal malen herhaald moet worden om de gewenste grootte te krijgen. Bij deze procedure zitten een aantal potentiele complicaties aan vast. Ten eerste kan het gebeuren dat een groot gedeelte van het ingespoten vet het niet overleeft, waardoor er cystes ontstaan gevuld met vloeibaar vet. Deze cystes kunnen op zich weer geïnfecteerd raken en littekenvorming veroorzaken. Een ander belangrijk probleem is dat we nu weten dat er stamcellen in vetweefsel zitten (adipose derived stem cells). We weten echter nog niet of deze stamcellen het ontstaan van borstkanker kan beïnvloeden. De literatuur adviseert nu om terughoudend te zijn met het inspuiten van vet in de borst tot dat uit onderzoek is gebleken dat deze procedure veilig is.

Borstimplantaten die gevuld zijn met fysiologisch zout worden ook al vele jaren gebruikt. Fysiologisch zout heeft dezelfde verhouding tussen water en zouten als het menselijk lichaam. Als zo'n implantaat gaat lekken, dan kan de vloeistof van de vulling gemakkelijk door het lichaam worden verwerkt. Een implantaat gevuld met fysiologisch zout heeft overigens ook een siliconen omhulsel. Water heeft weinig elasticiteit en deze protheses voelen daarom ook harder aan dan siliconenprotheses. Evenals als bij een siliconen borstimplantaat kan de buitenkant glad of ruw zijn.

Siliconenprotheses zijn gemaakt van een stug siliconen omhulsel dat gevuld is met vloeibare siliconengel of wat stabielere “cohesive” siliconen. Siliconen worden al sinds de jaren zestig gebruikt door artsen als implantaten of bij injectienaalden. Het menselijk lichaam bevat meestal al siliconen die het lichaam zijn binnengekomen, bijvoorbeeld via de (siliconen) speen als baby. Stevige siliconen implantaten behouden iets beter hun borstvorm en bij een eventueel scheurtje lekt er minder vloeistof weg. Een siliconen borstimplantaat kan een geruwd of een glad omhulsel hebben. Een ruwe buitenkant geeft minder vaak kapselvorming dan een gladde, maar kan beter voelbaar zijn.

Het resultaat van plastische chirurgie is niet te garanderen. De kundigheid van de chirurg is natuurlijk van belang, maar het is geen exacte wetenschap en het resultaat wordt beïnvloed door vele factoren. Belangrijk is dat de cliënt op de hoogte is van de beperkingen van de ingreep. De tevredenheid van de cliënt na afloop heeft ook veel met het verwachtingspatroon vooraf te maken.